menu Sluit het hoofdmenu

Tips voor overgang voortgezet onderwijs | op de middelbare school

In groep 7 en zeker in groep 8, komt het onderwerp ‘Kiezen van een school voor Voortgezet Onderwijs’ aan bod. Misschien heeft u oudere kinderen die al op een bepaalde middelbare school zitten? Dan kunt u uit eerste hand ervaringen delen met uw kind en met de basisschool. Nadeel is wel dat er dan soms vooroordelen zijn over de school.  

Wij adviseren om al in groep 7 open dagen te bezoeken. Dat helpt uw kind bij het vormen van zijn eigen mening. Uw zoon of dochter heeft dan al geproefd van de sfeer en kan zich wat beter een beeld vormen. Als er in uw omgeving meerdere middelbare scholen staan, raden we aan om zoveel mogelijk open dagen te bezoeken. 

Het ook goed om scholen waar u en uw kind interesse in hebben, in groep 8 nog een keer te bezoeken. U en uw kind kunnen de scholen dan opnieuw vergelijken en misschien heeft u nu ook gerichtere vragen. Bij serieuze interesse raden we aan om een gesprek aan te vragen met de zorgcoördinator van de middelbare scholen die u overweegt. Dan hebt u nog meer bagage om een weloverwogen keuze te maken. Daarna kunt u uw kind aanmelden bij de school die het best bij uw kind past. 

Aandachtspunten bij het kiezen van een school

Allereerst is uw gevoel en met name dat van uw kind belangrijk. Als er sprake is van een prettig gevoel, is er al veel gewonnen. Wees u er wel van bewust dat scholen zich tijdens open dagen van hun beste kant laten zien.  

Naast gevoel is zijn onderstaande zaken aandachtspunten voor de schoolkeuze: 

  • Identiteit 
  • ​Bereikbaarheid 
  • Vrienden 
  • Sfeer 
  • Kleine/grote school 
  • Ervaring met visuele of andere beperkingen 
  • Gestructureerde of rommelige school 
  • Leerlingbegeleiding (zorgcoördinator): hoe is zorg (passend onderwijs) geregeld 
  • Voorzieningen: verlichting in de lokalen en gangen, meubilair, schoolborden (krijtborden, whiteboards, digitale borden) en kluisjes  
  • Etcetera.

Vervoer naar school

Een belangrijk aandachtspunt is mobiliteit. Wat is de route en afstand naar school en weer terug naar huis? De afstand tussen de basisschool en uw huis is vaak niet meer dan een kilometer. Deze route kan uw kind waarschijnlijk dromen. Dat verandert als uw kind naar de middelbare school gaat. Vaak moet uw kind dan verder reizen, is de route onbekend en misschien ook lastig op bepaalde punten.  

Op de fiets

De meeste jongeren gaan op de fiets naar de middelbare school. In de donkere ochtenduren fietsen ze vaak in grote groepen. In de winter is het dan regelmatig ook nog eens nat en koud. Deze omstandigheden kunnen voor uw kind vanwege zijn visuele beperking een probleem zijn. Het is goed om hier om hier op tijd bij stil te staan.  

U kunt in dit soort gevallen aanspraak maken op onze mobiliteitsbegeleiders. Zij kunnen bijvoorbeeld de fietsroute met uw kind oefenen. Ook weten ze welke hulpmiddelen er zijn als uw kind op de fiets naar school gaat.  

Met het openbaar vervoer

Als fietsen geen optie is, is openbaar vervoer vaak een goed alternatief. Onze mobiliteitsbegeleiders onderzoeken de mogelijkheden graag met u. 

Over het algemeen is het openbaar vervoer in ons land goed geregeld. Voor slechtziende en blinde leerlingen kost reizen echter wel extra energie. Het kan daardoor zo zijn dat er te weinig energie overblijft voor het leren zelf.  

Geldt dat voor uw zoon of dochter? Of is het voor uw kind sowieso lastig om zelfstandig gebruik te maken van het openbaar vervoer? Maar kan hij dit wel doen als er iemand met hem meereist? Dan is een OV-begeleiderskaart misschien een goede oplossing. Uw kind reist dan niet alleen naar school, maar met een begeleider. Het is de moeite waard om te onderzoeken of uw zoon of dochter ervoor in aanmerking komt. Meer informatie vindt u op: argonaut.nl/regeling-ov-begeleiderskaart

Met de taxi

Dit een lastig punt want gemeentes gaan hier verschillend mee om. De ene gemeente kent vergoeding van taxiritten toe, de andere doet dat niet. Dat heeft te maken met passend onderwijs. De meeste gemeentes gaan ervan uit dat uw kind met het openbaar vervoer of op eigen gelegenheid naar school kan gaan (al dan niet in combinatie met onze mobiliteitsbegeleiders of met een OV-begeleiderskaart).  

Als uw kind naar Voortgezet Speciaal Onderwijs gaat, is taxivervoer vaak wel mogelijk. En soms geeft een enkele gemeentes ook wel eens toekenning als een kind naar het regulier voortgezet onderwijs gaat. In die gevallen gebeurt dat door een beargumentering vanuit maatschappelijk werk bij het WMO-loket van de gemeente. Wilt u meer weten over de mogelijkheden van leerlingenvervoer? Lees dan verder via deze link

Mobiliteit in school 

Niet alleen de weg van en naar school vraagt aandacht. Ook de mobiliteit in de school is punt van aandacht. Op de basisschool kent uw zoon of dochter vaak elk hoekje en gaatje. De middelbare school is niet alleen nieuw en onbekend. De gebouwen zijn vaak groot en leerlingen verplaatsen meestal ieder uur naar een ander lokaal. 

Uw kind kan samen met de AOB’er of de school bekijken wat er nodig is om de weg in school te kunnen vinden. Eventueel kan de AOB’er hierbij een mobiliteitsbegeleider inschakelen. Zij denkt mee over oplossingen, dat kan bijvoorbeeld Navilens zijn. 

Op de middelbare school

Heeft uw kind een cluster 1 indicatie? Dan heeft hij recht op extra ondersteuning. U, uw kind en de school worden daarbij begeleid door één van onze AOB’ers. Hij zal kijken wat uw kind nodig heeft om goed tot leren te komen. Omdat uw zoon of dochter steeds meer richting volwassenheid groeit, krijgt hij in toenemende mate zelf regie over z’n eigen leerproces. De AOB’er ondersteunt hem en u daar uiteraard bij. Hij denkt mee over de inzet van hulpmiddelen en hij adviseert bij de profielkeuze en het eindexamen.  

Het was nieuw voor mij om een leerling met een visuele beperking in de klas te hebben. De begeleiding vanuit Bartiméus heeft me goed geholpen. Ik kon op mijn beurt collega’s weer tips geven.

Hulpmiddelen

Om het onderwijs goed te kunnen volgen, kan uw kind baat hebben bij hulpmiddelen of extra voorzieningen. Wij zorgen voor het benodigde onderzoek, adviseren bij de keuze van de hulpmiddelen en ondersteunen ook bij het aanvragen hiervan.  

Voorbeelden van hulpmiddelen en aanpassingen

Er zijn verschillende manieren om uw kind te ondersteunen bij het volgen van onderwijs. We zetten een aantal veel voorkomende hulpmiddelen en aanpassingen voor u op een rij. 

Toegankelijke schoolboeken Om goed onderwijs te kunnen volgen is het essentieel dat uw kind toegang heeft tot de lesstof. Als gewone schoolboeken lastig zijn voor uw kind, dan kan uw kind aanspraak maken op toegankelijke schoolboeken. Ieder schooljaar opnieuw is dit punt van aandacht.  

De meeste leerlingen met een visuele ondersteuningsvraag maken gebruik van de diensten van Dedicon. Dit bedrijf maakt toegankelijke schoolboeken, in braille, audio, als vergroting of als digitaal bestand. In overleg met school en de AOB’er bepalen we wat de beste leesvorm voor uw kind is. Ook overleggen we hoe en wie de toegankelijk boeken gaat bestellen.  

Digitale hulpmiddelen
Digitale hulpmiddelen bieden heel veel mogelijkheden. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat kan uw kind de lesinstructie op het digibord via schermdelen op z’n eigen laptop volgt.

Welke digitale mogelijkheden interessant zijn, hangt onder meer af van uw kind en zijn digitale afhankelijkheid. De één kan juist goed werken met een laptop en vergrotingssoftware, terwijl de ander er helemaal niets aan heeft.  

Wat bij uw kind past is ook veranderlijk, uw kind ontwikkelt maar de digitale mogelijkheden ook. Voor u als ouder is het lastig al die veranderingen bij te houden. U kunt daarom aanspraak maken op onze expertise. Zo kunnen we via Computer Toegankelijkheids Onderzoek bekijken welk digitaal hulpmiddel het best past bij uw kind. We letten dan op zijn oogheelkundige situatie en op de opleiding die hij doet. De AOB’er van uw kind kan u hierbij helpen. 

Extra tijd
In het voortgezet onderwijs hebben leerlingen vaak een bepaalde tijd om een opdracht of toets af te ronden. Voor uw kind kan het zijn dat die tijd vanwege zijn visuele beperking te kort is. Soms moeten leerlingen met een visuele beperking een toetsvraag twee keer lezen, omdat ze bang zijn dat ze niet alles gezien hebben. Andere leerlingen kunnen die tijd gebruiken om na te denken over hun antwoord. De vraag is dus of de docent uw kind wel goed kan toetsen binnen de reguliere toetstijd. Komt uw zoon of dochter wel toe aan het beantwoorden van alle vragen? Maakt hij niet eigenlijk een soort leestest? Het kan zijn dat uw kind zich opgejaagd voelt waardoor hij niet kan laten zien dat hij de lesstof begrijpt.  

Naast lezen kost schrijven een slechtziende leerling ook meer tijd dan de goedziende leerling. Alle reden om leerlingen met een cluster 1 indicatie extra tijd te bieden voor het maken van een toets. Voor slechtziende leerlingen geldt een tijdverlenging van 50%, voor blinde leerlingen is dat zelfs 100%. 

Om organisatorische redenen kan extra tijd bieden lastig zijn voor scholen. De AOB’er geeft de school graag adviezen zodat extra tijd wel mogelijk wordt.  

Omdat slechtziende leerlingen ook extra tijd nodig hebben bij het lezen van boeken als voorbereiding op de toetsen, moeten docenten ze tijdig toegang geven tot de nodige stof. Ook op dit punt kan de AOB’er docenten voorzien van handige tips. 

Weerstand tegen inzetten van hulpmiddelen
Helaas hebben sommige jongeren weerstand tegen het gebruiken van hulpmiddelen, zeker in de puberteit. Veel pubers krijgen de lesstof liever niet helemaal mee, dan dat ze door de inzet van hulpmiddelen laten zien dat ze een visuele beperking hebben. Zo ontstaat het risico op achterstand. Bovendien kunnen deze kinderen niet altijd laten zien wat ze in huis hebben. 

Gebruik maken van hulpmiddelen heeft alles te maken met acceptatie. Dat komt voor ieder kind op een ander moment.  

Ik zit nu in de derde. Eerst wilde ik m’n A3 boeken (of een ander hulpmiddel) op school niet gebruiken, maar nu ben ik blij dat ze er zijn.

Mocht uw kind het vervelend vinden om gebruik te maken van hulpmiddelen? Dan kunnen wij hem hierin thuis begeleiden door maatschappelijk werk Bartiméus. Op school kan de AOB’er er een rol in spelen. Het doel is om uw kind in te laten zien dat hulpmiddelen er niet zijn om z’n kwetsbaarheid te tonen, maar dat ze er juist voor zorgen dat hij zelfstandig aan het regulier onderwijs kan deelnemen!  

Extra hulp/ bijles
Sommige leerlingen met een visuele beperking zijn gebaat bij extra hulp of bijles. Als uw kind bij de cluster 1 indicatie een ondersteuningsbudget heeft, dan kunt u daarmee eventuele extra hulp of bijles financieren. Er moet dan wel een visuele reden zijn voor de extra hulp. Meestal besluit u dit in overleg met de school, uw kind en de AOB’er. Heeft uw kind geen ondersteuningsbudget, maar is er wel een visuele reden voor bijles? Dan kan de AOB’er de commissie van onderzoek (CvO) vragen om de indicatie opnieuw te beoordelen. Het kan zijn dat het arrangement dan wordt aangepast.  

Profielen kiezen

Afhankelijk van het onderwijsniveau kiest uw kind na twee of drie jaar een profiel. Deze pakketkeuze is voor veel leerlingen lastig, het gaat immers niet alleen over de vakken waar ze examen in gaan doen. Het is ook bepalend voor de vervolgstudie. Bij de profielkeuze heeft uw kind te maken met zaken als z’n capaciteit, z’n interesses en met werkgelegenheid. Als uw kind al interesse heeft in een duidelijke richting, dann hoeft dit nog niet te betekenen dat dit ook bij zijn visuele mogelijkheden past.  

Als slechtziende is de profielkeuze daarom soms veel moeilijker dan voor leerlingen zonder deze beperking. Het echt belangrijk hier goed over na te denken en er vroeg bij stil te staan. Wellicht kunt u met de school afspreken dat uw kind al wat lessen volgt in het jaar dat hij z’n profiel moet kiezen. Zo krijgt hij beter zicht op die vakken. Ook is het goed te onderzoeken wat er allemaal nodig is om het examen te kunnen halen. En tenslotte, bespreek met uw kind waarom hij een specifiek profiel voor ogen heeft. Stel, uw kind heeft voorkeur voor een profiel omdat hij daarna een opleiding als verpleegkundige wil doen. Is dit dan wel een verstandige keuze? In dit vakgebied is het kunnen zien van details namelijk erg belangrijk.

Gelukkig zijn er heel veel mogelijkheden en het kan het best zijn dat er ook in het vakgebied van voorkeur volop mogelijkheden zijn voor uw zoon of dochter. Maar het is goed dit vroegtijdig te onderzoeken, om vervelende verrassingen op een later moment te voorkomen. 

Natuurlijk kunt u ook voor de profielkeuze terecht bij de AOB’er. Samen kunt u mogelijk aanvullend onderzoek laten uitvoeren. Bijvoorbeeld bij Werkpad*/Bartiméus. Zij zijn er voor studenten en werkenden en weten veel van de mogelijkheden bij opleidingen en banen.  

* Werkpad is hét re-integratiebedrijf voor mensen met een zintuiglijke beperking, verbonden aan Bartiméus en Kentalis. 

Aanpassingen voor examens  

Uw kind sluit het voortgezet onderwijs af met een examen. Daarin moet hij laten zien dat hij een bepaald niveau beheerst. Afhankelijk van het onderwijsniveau maakt uw kind naast theoretische examens ook praktijkexamens. De examens worden gemaakt voor een grote groep leerlingen die vaak allemaal op hetzelfde moment, onder dezelfde omstandigheden en op dezelfde manier het examen moeten afleggen. Voor uw kind kan dit een probleem zijn.  

Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte op visueel gebied zijn vanwege hun beperking niet altijd in staat om met het standaard regelement tot een goed resultaat te komen. Daarom heeft het CVTE (Commissie van toetsen en Examens) aanpassingen toegestaan voor leerlingen met een cluster 1 indicatie. Aan deze aanpassingen zijn een aantal regels verbonden. Deze worden jaarlijks opgenomen in de brochure Special Needs.  

Onze AOB’er kijken graag samen met u, uw kind en de school wat de regels met zich meebrengen.