menu Sluit het hoofdmenu

Tips over werken met blinden of slechtzienden

Praktische tips over de omgang met collega's met een visuele beperking.

  • Vertel zodra u binnenkomt wie u bent.
  • Noem de naam van degene tegen wie u begint te praten.
  • Vertel altijd wat u gaat doen en raak iemand niet zomaar aan.
  • Zet spullen altijd op hun vaste plek terug.
  • Als u eten, drinken of iets anders brengt, laat dan duidelijk weten waar u het zet. ”Links van u staat de soep.”
  • Vertel waar de maaltijd uit bestaat, zodat iemand weet wat hij gaat eten.
  • Vraag of er hulp nodig is bij het aankleden en welke kleding iemand graag aan wil.
  • Duidelijke aanwijzingen zijn belangrijk: “Twee stappen voor u staat een paaltje.”
  • Om een blinde of slechtziende te helpen bij het zitten, kunt u de hand van de persoon op de stoelleuning leggen.
  • Als u vertrekt is het handig dit aan te geven, anders blijft iemand doorpraten.

Bekijk ook de andere tips en tipkaarten.