menu Sluit het hoofdmenu

Dossier Visuele en verstandelijke beperking

Verlies en rouw bij mensen met een meervoudige beperking

Mensen met een meervoudige handicap, bijvoorbeeld verstandelijk en visueel beperkt, communiceren op een heel eigen manier. Vaak niet met gesproken taal. Bartiméus heeft een methode ontwikkeld om met hen over verlies te communiceren. 'Ik mis je', heet de methode, een vast ritueel staat centraal.

kaarsjes bij herdenkingVerlies van dierbaren, een vertrouwde plek of begeleider, medebewoners of vaardigheden. Dat zijn voorbeelden van verlies dat mensen met een meervoudige beperking kunnen ervaren. Het is heel belangrijk met deze mensen te communiceren over hun verlies. Bartiméus heeft de methodiek 'Ik mis je' ontwikkeld, om begeleiders een handvat te bieden

Verdriet en rouwen horen bij verlies, of het nu gaat om verlies van een dierbare of verhuizing van een fijne, vertrouwde plek. Aandacht voor dit verlies is belangrijk. De 'rouwarbeid' die daarvoor nodig is, bestaat uit vier ‘rouwtaken’:

  • het verlies onder ogen zien;
  • de pijn ervaren;
  • het leven aanpassen;
  • opnieuw leren houden van het leven.

Signalen moeilijk te herkennen

Ook mensen met een (zeer) ernstige visuele en verstandelijke beperking moeten dat rouwwerk doen. Steun is daarbij hard nodig, maar het is vaak veel moeilijker om hen bij te staan. Het is mogelijk dat ze het verlies pas na maanden of jaren ervaren, en signalen van verliesverwerking zijn vaak moeilijker te herkennen. Ook omdat deze mensen minder talig zijn ingesteld. Het risico bestaat dat begeleiders rouwreacties in hun gedrag niet herkennen.

Bartiméus heeft een e-learning-programma ontwikkeld om de signalen van verliesverwerking te herkennen.

Begeleiding met een ritueel

Als mensen met een (zeer) ernstige visuele en verstandelijke beperking goede ondersteuning krijgen bij hun rouwtaken, helpt dat hun verlies te verwerken. De methode 'Ik mis je' van Bartiméus biedt ondersteuning op maat voor de cliënt. Ook begeleiders hebben er baat bij: ze krijgen handvaten en voelen zich bekwamer. De methode bestaat uit tien sessies. Bij elke sessie staat een passend, vast ritueel centraal. Dat is afgestemd op handelingen, gevoelens, geuren of symbolen die de cliënt associeert met wat hij of zij is kwijtgeraakt. Alle zintuigen worden zo veel mogelijk benut.

Om een passend ritueel te kunnen ontwikkelen, spreekt de behandelaar met de begeleider(s) die het ritueel gaat(n) uitvoeren over de rouwklachten van de cliënt en de mogelijkheden die er zijn om symbolen, rituelen en materialen te gebruiken. Eventueel spreekt de behandelaar ook familie over wie de cliënt is.

Verlies bij Anna

Een voorbeeld. Anna is een blinde vrouw van 42 jaar met een ernstige verstandelijke beperking. Zes jaar geleden overleed haar vader. Hij kwam elke week langs en regelmatig ging Anna bij hem logeren. Thuis hadden Anna en haar vader vaste gebruiken. Ze luisterden naar speciale liedjes, zaten samen op de bank en ‘keken’ tv. Als Anna een weekend thuis was, aten ze altijd een chocoladesoes en ook een glaasje advocaat met slagroom ontbrak nooit.

Peter begeleidt het verliesverwerkingsproces

Onder leiding van Peter start een traject van tien sessies van elk dertig minuten. Elke sessie heeft dezelfde structuur. Peter bereidt Anna voor door naar haar toe te gaan en te zeggen: 'Kom Anna, we gaan naar je kamer, we gaan over papa praten.' Er staat rustige muziek aan in Anna’s slaapkamer. Het licht is wat gedimd. Peter sluit de deur en zegt: 'Anna, we gaan nu over papa praten.'

Ritueel

Peter gaat naast Anna op haar bankje zitten. Hij zegt: 'We gaan over papa praten, papa is in de hemel.' Hij ondersteunt met:

  • Aanraking: zacht en liefdevol een arm om haar heen;
  • chocoladesoesje laten proeven;
  • advocaatje laten proeven;
  • geur van vader laten ruiken.

Afsluiting

De sessie wordt afgesloten met samen een kopje koffie drinken. Peter zegt: 'We hebben over papa gepraat. Volgende week doen we dat weer. Nu drinken we nog een kopje koffie.' Hij zet het licht wat feller. Als de koffie op is, zegt Peter dat het praten over papa klaar is en dat Anna terug gaat naar de woonkamer. Peter zet dan de deur open.

De sessies hebben een vaste opbouw:

De opening, het ritueel en de afsluiting. Dit geeft structuur, is herkenbaar en geeft veiligheid. Het is daarbij essentieel de cliënt goed te volgen. Het maatwerk geldt zowel voor de spreiding van de sessies in de tijd, als voor de invulling van het ritueel.

  • Sessie 1 t/m 3 bieden een veilige basis en geven de cliënt vertrouwen. Het ritueel wordt geïntroduceerd. Het doel van deze sessies is te onderzoeken of het ritueel aansluit bij de cliënt. Indien nodig wordt het ritueel in overleg met de begeleider bijgesteld.
  • In sessie 4 t/m 7 staan client en behandelaar langer stil bij het verlies. Het verlies wordt concreet gemaakt, gevoelens worden benoemd en ervaren. Daardoor is deze fase van de behandeling mogelijk confronterender voor de cliënt. De sessies verlopen zoals de voorgaande, met de toevoeging dat de begeleider de emoties van gemis, verlies en verdriet benoemt door te zeggen: 'Ik mis je vader weleens, jij misschien ook wel.'
  • In sessie 8 t/m 10 ligt meer nadruk op het leven ná het verlies. Er is aandacht voor hoe het leven vorm kan krijgen na het verlies, door te benoemen welke andere houvast er is voor de cliënt. De sessies verlopen zoals de voorgaande, met de toevoeging van Peter uit het voorbeeld: 'Papa houdt veel van je en de begeleiders zorgen goed voor je.'

Bij de ontwikkeling van de methodiek bij Bartiméus waren vier ervaren behandelaars met elk een verschillende achtergrond betrokken: een gedragsdeskundige, een coördinerend begeleider en speltherapeut, een psychomotorisch therapeut en een geestelijk verzorger.

Download

De complete methodiek van Bartiméus voor verliesverwerking bij mensen met een meervoudige beperking vindt u op Kennisplein Gehandicaptenzorg.

Contact

Voor meer informatie en tips kunt u contact opnemen met de Bartiméus kennisgroep Verlies: kennisgroep-verlies@bartimeus.nl