menu Sluit het hoofdmenu

Dossier Cerebrale visuele stoornissen (CVI)

Het stellen van de diagnose CVI

Voor de begeleiding van mensen met CVI is een goede diagnose van belang.

Bartiméus hanteert een multidisciplinaire aanpak bij de diagnostiek naar CVI. Meerdere deskundigen van verschillende vakgebieden werken hierbij samen, zoals de oogarts, orthoptist, gz-psycholoog, de (kinder)fysiotherapeut en de ergotherapeut.

Door middel van de multidisciplinaire diagnostiek wordt vastgesteld of en in hoeverre er sprake is van visuele verwerkingsproblemen. De verschillende deskundigen hebben specifieke kennis van de oorzaken en gevolgen van beschadigingen in de visuele verwerkingsgebieden in de hersenen en kennis van andere problematiek. Dit maakt dat zij goed kunnen onderzoeken of de klachten passen bij CVI of dat er sprake is van een ander probleem, zoals autisme of een sensorische integratiestoornis (differentiaaldiagnostiek).

Zowel bij volwassenen als bij kinderen is het van belang om na te gaan of er in de voorgeschiedenis factoren zijn die een verklaring kunnen vormen voor de visuele waarnemingsproblemen. 

Neurologisch onderzoek door een neuroloog in een ziekenhuis, kan inzicht geven in de oorzaak en de locatie van de hersenbeschadiging. CVI is niet altijd aantoonbaar met beeldvormende technieken zoals MRI, maar er is wèl altijd sprake van een medisch belaste voorgeschiedenis.

Voorgeschiedenis

Zowel bij volwassenen als bij kinderen is het van belang om na te gaan of er in de voorgeschiedenis factoren zijn die een verklaring kunnen vormen voor de visuele waarnemingsproblemen. 

Bij de diagnostiek maken we gebruik van verschillende vormen van onderzoek.

  • oogheelkundig onderzoek
  • visueel functie onderzoek
  • neuropsychologisch onderzoek

Oogheelkundig onderzoek en visueel functieonderzoek

Oogheelkundig onderzoek kan eventuele bijkomende oogheelkundige afwijkingen opsporen, stoornissen in de gezichtsscherpte, gezichtsvelden, oogbewegingen en fixatie vaststellen en aanwijzingen geven welke hogere visuele functies mogelijk afwijkend zijn. Eventueel wordt ook elektrofysiologisch onderzoek gedaan (ERG, VEP). 

Anamnese

Met een CVI-vragenlijst wordt beoordeeld in welke mate een persoon problemen en beperkingen in het dagelijks leven ervaart die kunnen wijzen op CVI. Dit om richting te kunnen geven aan het vervolgonderzoek. 

Bij volwassenen is een interview met een belangrijke persoon uit de nabije omgeving van de cliënt of een observatie in het dagelijks leven vaak ook nodig voor de diagnostiek.  

Neurologisch en neuropsychologisch onderzoek

Neurologisch onderzoek door een neuroloog in een ziekenhuis, kan inzicht geven in de oorzaak en de locatie van de hersenbeschadiging. CVI is niet altijd aantoonbaar met beeldvormende technieken zoals MRI, maar er is wél altijd sprake van een medisch belaste voorgeschiedenis.

Met neuropsychologisch onderzoek of visueel perceptie onderzoek kunnen stoornissen in de hogere visuele functies worden opgespoord. Er wordt onderzoek gedaan naar onder andere de visueel perceptuele en visueel cognitieve vaardigheden, visuele aandacht, visuomotoriek, visueel ruimtelijke informatieverwerking en visuele verwerkingssnelheid. Er wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde tests en observatie-instrumenten om zo een indruk te krijgen van het visueel vaardigheidsprofiel. 

Het onderzoek kan uitwijzen in hoeverre visuele verwerkingsproblemen voorkomen en waar mogelijkheden voor compensatie en aanpassing liggen. Beschreven wordt welke voorwaarden nodig zijn om visuele informatie zo goed mogelijk op te nemen en verwerken. Bij kinderen worden de onderzoeken vaak na verloop van tijd herhaald, om te beoordelen of er veranderingen zijn in de visuele functies en in de visuele verwerking.

Nieuws

Onderzoek bewijst: CVI Experience werkt

Iemand met de aandoening CVI kan wel zien, maar kan de beelden niet goed interpreteren, als gevolg van een aanlegstoornis of beschadiging van de hersenen. De uitingsvormen verschillen per persoon. Voorlichting met het instrument ‘CVI Experience’ leidt tot meer kennis en begrip over CVI bij naasten en begeleiders. Dit blijkt uit onderzoek van het Expertisecentrum CVI van Bartiméus.
Lees meer

Onderzoekers Bartiméus spreken op internationaal congres

Van 15 tot 17 juni vond in Italië een internationaal congres plaats over visuele beperking bij kinderen, waaronder CVI. Zo’n 100 deskundigen van verschillende disciplines wisselden daar kennis en ervaring uit. En nemen die mee terug naar de praktijk. Zo ook deskundigen van Bartiméus.
Lees meer

Agenda-items

Jongerendag CVI 'Samen lunchen' (januari 2020)

vindt plaats op zaterdag 18 januari 2020 Jongeren met CVI.
Lees meer

Publicaties

Mein Kind hat CVI

In den vergangenen Jahren wurden in der Bartiméus-Reihe verschiedene Bücher über die Entwicklung von Kleinkindern mit einer Sehbehinderung veröffentlicht. In diesen Büchern finden Eltern...



Bestellen

My Child has CVI

Handbook for parents of a young child with CVI Handbook for parents of a young child with CVI.
This book is about cerebral visual impairment (CVI) in young children. It gives parents tools...



Bestellen

Ervaringsverhalen

Deze andere wijze van kijken is mijn nieuwe zien

Optometrist en hogeschooldocent oogzorg Louise van Doorn werd tien jaar geleden zelf slechtziend als gevolg van hersenbeschadiging na een zware val. Haar leven veranderde op slag. Ze moest leren omgaan met diverse ingrijpende waarnemingsproblemen die zijn ontstaan in de hersenen. ‘Drie maanden na de eerste paniekaanval zat ik ineens thuis met een burn-out.’ Onlangs op het congres van Bartiméus over deze problematiek, vertelde ze haar verhaal. Over de gevolgen en hoe ze haar weg weer vond.
Lees meer

‘Hij is niet meer afhankelijk van waar wij hem neerzetten'

Hulpmiddelen voor kinderen. Voor ouders kan het een flinke drempel zijn als er weer een nieuw hulpmiddel nodig blijkt. Tegelijkertijd zijn hulpmiddelen waarmee kinderen zelf kunnen voortbewegen voor de kinderen en voor hun ouders van enorm belang. Net zoals bij Ferre.
Lees meer