menu Sluit het hoofdmenu

Wzd-functionarissen toetsen onvrijwillige zorg

geplaatst op Icoon Wet zorg en dwang

Als een bewoner met een verstandelijke beperking zorg krijgt die hij of zij zelf niet wil, noemen we dat onvrijwillige zorg. Onvrijwillige zorg mag niet zomaar worden gegeven. In de Wet zorg en dwang (Wzd) staan de rechten van mensen met een verstandelijke beperking die onvrijwillige zorg krijgen. Wzd-functionarissen Claudia van Alfen, arts verstandelijk gehandicapten (AVG) en gedragsdeskundige Hilde Zevenbergen toetsen of de onvrijwillige zorg die bewoners van Bartiméus krijgen wel terecht is.

Wzd-functionarissen Claudia en Hilde‘De Wzd is er in het belang van de cliënten. Doel is dat de onvrijwillige zorg zo kort mogelijk duurt, zo licht mogelijk is en alleen gegeven wordt als het echt nodig is. Goede zorg en veilige vrijheid voor iedereen, daar draait het om. Wij zijn er om daarvoor te zorgen’, vertelt Hilde. Als een zorgverantwoordelijke (de gedragsdeskundige), vindt dat een cliënt onvrijwillige zorg nodig heeft, dan overlegt zij met collega’s en zet dit in het systeem. Hilde en Claudia beoordelen in hun rol als Wzd-functionaris of de onvrijwillige zorg terecht is en of de maatregelen niet te zwaar zijn. Pas na hun akkoord kunnen de zorgverleners de onvrijwillige zorg aan een cliënt geven.

Acute onvrijwillige zorg 

Soms zijn er onvoorziene situaties waarin onvrijwillige zorg acuut nodig is. Bijvoorbeeld als een cliënt iets wil doen waarmee hij een gevaar is voor zichzelf of zijn omgeving. In zo’n geval mag de begeleider naar eigen inzicht handelen en de cliënt dus ook beperken, zonder dat de Wzd-functionarissen er op voorhand toestemming voor hebben gegeven. Deze acute onvrijwillige zorg mag niet langer dan twee weken duren. In die periode informeert de begeleider de zorgverantwoordelijke en de wettelijk vertegenwoordiger. De zorgverantwoordelijke legt het vast in het zorgplan en geeft aan Hilde en Claudia door dat er sprake is van onvoorziene onvrijwillige zorg. Vinden zij de zorg terecht? Dan mag die voortduren, anders moet de onvrijwillige zorg worden gestopt of het plan van aanpak worden aangepast.

Onafhankelijk

Claudia en Hilde moeten er als Wzd-functionarissen voor zorgen dat de toetsing onafhankelijk is. Daarom beoordelen ze de onvrijwillige zorg samen. Claudia kijkt ernaar vanuit haar functie als AVG, Hilde met het oog van de gedragsdeskundige. Als de onvrijwillige zorg bedoeld is voor een cliënt waarbij zij zelf betrokken zijn, dan toetst alleen de Wzd-functionaris die de cliënt niet onder haar hoede heeft. ‘Anders is de toetsing niet objectief en onafhankelijk.’ vertelt Hilde. Als de onvrijwillige zorg langer dan zes maanden duurt, wordt er ook een externe bij betrokken: ‘De zorgverantwoordelijke vraagt dan advies over de maatregel aan een externe deskundige’, zo vertelt Claudia.

Goede zorg en veilige vrijheid 

Inmiddels zitten de eerste weken met het werken met de Wzd erop. Hilde kijkt terug op een goede start: ‘Het beschrijven van de onvrijwillige zorg die aan de cliënt wordt gegeven is onderdeel van het zorgplan. We zien dat de teams dit zorgvuldig doen. Als sprake is van afbouw van onvrijwillige zorg, dan is daar een goede aanpak voor opgesteld.’ We onderzoeken nog hoe we oorzaken van verzet beter in beeld krijgen. Daarmee kunnen we de onvrijwillige zorg verder minimaliseren. ‘Als Wzd-functionaris dragen we bij aan het leveren van zo goed mogelijke zorg’ vertelt Claudia. ‘Ik word blij als ik zie dat een cliënt gebaat is bij de zorg die hij of zij krijgt. Zeker als diegene zelf meer regie krijgt over zijn leven.’

Meer weten?

• Bekijk de Wzd-pagina
• Lees eerdere artikelen over de Wzd
• Stel vragen aan uw vaste contactpersoon of via wzd@bartimeus.nl.