menu Sluit het hoofdmenu

'Wij willen zelf ook beter omgaan met spanningen’

geplaatst op Rollenspel in de bus naar DierenPark Amersfoort. Voorin zit trainer Hans van Stam.

Als je weinig ziet, zijn boosheid en agressie nog bedreigender. Dus wilden bewoners van Bartiméus zelf ook wel een de-escalatietraining volgen. ‘Iemand pakt onverwacht je arm. Is hij boos, of wil hij helpen?’

‘Weten jullie nog waarom we vorige keer naar liedjes hebben geluisterd?’, vragen de de-escalatietrainers Hans van Stam en Hanneke van Vloten aan de vier cliënten van Bartiméus met een visuele en een licht verstandelijke beperking. ‘Omdat zo’n liedje kan helpen als je eens een vervelende bui hebt. Je wordt er vrolijk, blij of rustig van. Het helpt je er weer bovenop.’

We zitten rond de tafel in de huiskamer, de bewoners van de woongroep krijgen een de-escalatietraining. De training is onder andere bedoeld om meer zicht te krijgen op je eigen emoties én op die van anderen, zodat je beter kunt voorkomen dat onvrede escaleert. De deelnemers zijn Froukje Roode (54) René Haasnoot (60) Betty Holman (58) en Dick Bardelmeier (55), alle vier huisgenoten van elkaar. De training is binnen Bartiméus ontwikkeld vóór en door bewoners, op het initiatief van de bewoners zélf.

Hans van Stam: ‘Oorspronkelijk is de de-escalatietraining gemaakt voor begeleiders van Bartiméus, om beter om te gaan met moeilijk leesbaar gedrag. Maar onze bewoners zeiden: Wij willen ook beter omgaan met spanningen. Toen zijn we de training gaan aanpassen. Dat hebben we samen met de cliënten gedaan. Het is een gezamenlijk project.’

Ervaringen

Om de inhoud goed aan te passen aan de behoeften, vroegen de trainers destijds aan de visueel beperkte cliënten waarom zo’n training volgens hen zinvol is. Van Stam: ‘Ze antwoordden dat ze soms pas laat in de gaten hebben dat iemand boos is. Zodra ze het wel doorhebben, is niet altijd duidelijk of het op hen gericht is. Ze voelen zich dan onveilig, bijvoorbeeld op straat. Waarom schelden deze jongens? Komen ze dichterbij? Ook voelen ze dreiging als ze - bijvoorbeeld thuis of op het werk - na een uitbarsting niets meer horen. Misschien is de persoon nog in de ruimte, misschien is hij vertrokken. Op basis van hun ervaringen hebben we de training samen invulling gegeven.’

Emoties kleuren de interpretatie van een stemgeluid én versterken elkaar. Daarom is er veel aandacht voor de emoties bij cliënten zelf. Hans van Stam: ‘We bespreken met elkaar wat emoties en spanningen zijn, en hoe ze ontstaan. Wat doen ze in je lijf, waar voel je het? Hoe ga je om met spanning? Misschien is het verstandig om te benoemen wat je voelt, of om even weg te lopen. We doen tijdens de training rollenspelen en oefeningen. Daar horen ook fysieke oefeningen bij. Bijvoorbeeld: iemand pakt onverwacht jouw hand of arm vast. Wil diegene jou helpen? Of is hij boos op je? En hoe kom je weer los?'

Muziek

De training Let us keep it safe bestaat uit vier sessies van maximaal twee uur, elke maand één. Ze vinden meestal plaats in een groep van ongeveer zes huisgenoten, veilig in hun eigen keuken of woonkamer. Het niveau wordt aangepast aan dat van de woongroep. De training heeft niet als doel om onderlinge irritaties op te lossen. Hans van Stam: ‘En mocht zo’n irritatie wel ter sprake komen, dan buigen we het om naar een situatie buitenshuis.’ Vandaag begint de training met muziek. We luisteren naar een liedje waar iedereen vrolijk van wordt: Skik, met het nummer: Op fietse. De vier huisgenoten zingen en deinen zachtjes mee: Wie döt mie wat, wie döt mie wat, wie döt mie wat vandage, onder tafel dansen de schoenpunten mee op de maat. Froukje is gecharmeerd van het Drents accent, volgens Dick is het een Twents accent. De discussie erover duurt maar kort, want we luisteren al weer naar het volgende nummer. We gaan kriskras door alle muziekstijlen heen: Leonard Cohen zingt Take this waltz. ‘Ja’, zegt Betty beslist. ‘Als ik dit hoor, dan denk ik: hé dat lijkt wel muziek waar je rustig van wordt.’ René kent Leonard Cohen goed, hij noemt een aantal nummers en vermeldt achteloos het jaartal waarin ze zijn uitgebracht: Suzanne 1967, The Partisan 1969.

In de bus

We gaan naar het volgende thema: mopperen. ‘Hoe weet je dat iemand een slecht humeur heeft?’ vraagt Hanneke. ‘Nou ja’, antwoordt Froukje, ‘je hoort het wel eens bij bepaalde huisgenoten.’ ‘Of op het werk’, stuurt Hans van Stam bij; voor gevoeligheden binnen de groep is deze training niet bedoeld.

Er staat een rollenspel op het programma, in het midden van de woonkamer worden de stoelen twee aan twee geplaatst alsof het een bus is, met voorin één stoel voor de buschauffeur. ‘Straks gaat er iets gebeuren’, bereidt Hans de cursisten alvast voor. ‘Maar onthoud: het is niet echt, maar een rollenspel. Begrepen?’ De cursisten kiezen samen een reisdoel: DierenPark Amersfoort. Trainer Hans bestuurt de bus. ‘We zijn er’, zegt hij opgewekt. Maar dan begint trainer Hanneke te huilen: ‘Ik wil naar huis.’ René wordt al snel ongeduldig: ‘Dat kan niet.’ Froukje slaat een arm om haar heen: ‘Je hoeft niet bang te zijn voor de wilde dieren.’

We evalueren in de zitkamer. ‘Als iemand moppert, is hij vaak al gespannen vanwege iets anders’, legt Hans uit. ‘Hij denkt bijvoorbeeld: ‘Zie je wel! Dit lukt óók al niet zoals ik graag wil.’ Dick heeft wel eens meegemaakt dat iemand met kopjes en stoelen ging gooien, Hans benadrukt dat veiligheid in zo’n geval het belangrijkst is. ‘Ga dan naar de begeleiding’, adviseert hij. ‘Zeker als je niet goed ziet. Je weet nooit of zo’n kopje op jouw hoofd terecht komt. Zorg altijd dat je veilig bent.’

Luisteren naar mensen

Let us keep it safe wordt geprezen vanwege de betrokkenheid van cliënten. Maar voor Bartiméus is samenwerking met cliënten heel normaal. Alex van Putten is voorlichter. ‘In onze visie is luisteren naar mensen een belangrijk element. Het is een vertrekpunt.’ Bartiméus houdt regelmatig gespreks-sessies met slechtziende en blinde cliënten: waar loop je tegenaan, welke emoties heb je erbij en wat heb je nodig om het te veranderen? Van Putten: ‘Dat zijn vaak diepgaande gesprekken, waarbij je ook luistert naar de vraag achter de vraag. Ook zitten we samen met cliënten om tafel voor brainstormsessies bij innovatieprojecten in ons Fablab. Daar is steeds de vraag: wat werkt voor jou.’

Van Putten kan talloze projecten noemen. Zoals het project Ziejewel, een digitaal programma voor de sociale interactie van basisschoolleerlingen met een visuele beperking. Het programma heeft in 2018 de stimuleringsprijs van de VGN ontvangen. En de virtuele geleidelijn, een app waarmee mensen met een visuele beperking in de toekomst zelfstandig hun weg kunnen vinden in openbare gebouwen. ‘En nog een mooie’, zegt Van Putten. ‘Een van onze bewoners vindt dat leveranciers te hard rijden op het terrein. Zij wil op bepaalde plekken groene lichtgevende verkeerspoppetjes plaatsen, die je ook ziet in de buurt van scholen en in kindvriendelijke wijken. Wij doen meteen iets met zo’n idee.’

Lees het gehele artikel op de site van de VGN.