menu Sluit het hoofdmenu

Steeds meer mensen ernstig bijziend

geplaatst op Bijziendheid

Steeds meer mensen kampen met bijziendheid. Recent onderzoek onder kinderen laat een forse toename zien, maar ook een derde van de hoog bijziende werknemers krijgt nog voor het pensioen met ernstig slecht zien of zelfs blindheid te maken. Deels is hiervoor een erfelijke verklaring, maar daarnaast spelen omgevingsfactoren zoals een hoog opleidingsniveau een grotere rol dan wetenschappers eerder dachten. Dat blijkt uit onderzoek van Erasmus MC, waarop Virginie Verhoeven eerder deze maand promoveerde.

Iemand die bijziend is, heeft een te lange oogbol. Hierdoor valt het brandpunt van de lichtstralen die het oog in schijnen vóór het netvlies, in plaats van erop. Daardoor kan iemand in de verte niet meer goed zien. Een bril, lenzen of chirurgische ingreep kunnen dit voor het zicht verhelpen, maar deze middelen voorkomen niet dat het netvlies dunner wordt en onherstelbaar beschadigd raakt. Onder de zestigers heeft één op de vier mensen een bril met minsterkte, onder twintigers één op de twee. "Mensen met een brilsterkte van meer dan -6 dioptrieën zijn hoog bijziend en kunnen nog tijdens hun werkzame leven ernstig slechtziend of zelfs blind worden", zegt oogonderzoeker Virginie Verhoeven van het Erasmus MC.

26 genen die een rol spelen

Verhoeven deed onderzoek naar de erfelijke oorzaken van bijziendheid en omgevingsfactoren, zoals veel lezen, een hoger opleidingsniveau en weinig buitenspelen. Zij analyseerde hiervoor het DNA en de brilsterkte van ruim 45.000 mensen wereldwijd en vond 26 genen die een rol spelen bij het ontstaan van bijziendheid. Dragers van deze genen hebben een 10 keer hoger risico op bijziendheid. Daarnaast keek zij naar de samenhang tussen deze genen en het opleidingsniveau. Zij toonde aan dat het hebben van een hoog opleidingsniveau (HBO of universiteit) in combinatie met deze erfelijke oorzaken dit risico nog eens kan verdubbelen.

Onderzoeksleider en oogarts prof.dr. Caroline Klaver: “Het is al langer bekend dat omgevingsfactoren en erfelijke oorzaken het risico op bijziendheid kunnen verergeren, maar wij wisten niet precies hoe. Door het onderzoek van Virginie Verhoeven is dit mysterie verder ontrafeld. Meer zicht op het samenspel van erfelijke factoren en omgevingsfactoren biedt aanknopingspunten voor de ontstaanswijze van bijziendheid en mogelijk leidt dit ook tot nieuwe therapieën."

130.000 personen wereldwijd

Voor haar proefschrift werkte Verhoeven samen met onderzoekers uit Azië, Australië, Europa, Nederland en Verenigde Staten. Zij maakte zo gebruik van de gegevens van 130.000 personen wereldwijd. Dit onderzoek onder leiding van het Erasmus MC is één van de grootste studies naar bijziendheid ter wereld. Ook raadpleegde zij de gegevens van het gerenommeerde Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek (ERGO studie / The Rotterdam Study) van het Erasmus MC. Dit onderzoek bestudeert al 25 jaar de gezondheid van 15.000 inwoners van de Rotterdamse wijk Ommoord die ouder zijn dan 45 jaar

(Bron: Erasmus MC)