menu Sluit het hoofdmenu

Kinderen worden even blind

geplaatst op Project Betrokken Kinderen gemeente Bunnik

BUNNIK/ZEIST - Voor het eerst bezoeken de kinderen uit groep 7 en 8 van alle basisscholen uit de gemeente Bunnik tijdens het project Betrokken Kinderen ook Bartiméus. De landelijke zorgorganisatie voor blinde en slechtziende mensen wil de kinderen graag laten ervaren wat het is om slechtziend te zijn en een van de leerlingen beantwoordt vragen.

Voor de derde keer organiseren Femke Dotman en Monique van Wielink het project Betrokken Kinderen. Deze week gaan alle kinderen van groep 7 en 8 van de basisscholen uit de gemeente op bezoek bij verschillende maatschappelijke organisaties. Doel van het project is om kinderen kennis te laten maken met mensen die ze normaal gesproken niet tegenkomen en daarmee maatschappelijk bewuster te maken.

Op bezoek

Organisaties die bezocht worden zijn De Schans, sociëteit voor mensen met een lichamelijke beperking, woonzorgcentrum Bunninchem, Bartiméus, Vluchtelingenwerk-Samenspraak, de EHBO, de Moskee in Zeist-West, Handje Helpen, de kringloopwinkel in Bunnik en de Voedselbank Zeist.

Bartiméus doet voor het eerst mee. Ine Woudstra is er accountmanager. "Vorig jaar kwamen Femke en Monique in contact met een van de docenten van Bartiméus en ik heb het overgenomen. Wij vinden het van groot belang om de maatschappij bewust te maken van wat het betekent om slechtziend of blind te zijn." Bartiméus ontvangt vaker groepen, ook volwassenen. Bij dergelijke bezoeken worden bezoekers (deels) geblindeerd om te ervaren waar je dan - letterlijk en figuurlijk - tegenaan loopt.

Indruk

Woudstra was dan ook meteen enthousiast over deelname aan Betrokken Kinderen. "Bewustwording begint bij kinderen." In een uur tijd krijgen de kinderen een indruk van wat het betekent om niet perfect te kunnen zien. Woudstra: "We beginnen met het laten zien van onscherpe foto's en laten zien wat je kunt doen met kleurverschil. Een bouwhek met spijlen kunnen veel slechtzienden niet herkennen, een geel bord wel."

Daarna gaan de kinderen naar buiten. "In tweetallen gaan ze een parcours lopen. De een krijgt een bril met kokervisie, de ander moet deze persoon begeleiden. Dan zullen ze merken hoe het is om afhankelijk te zijn en hoe je de andere zintuigen gaat gebruiken om toch te achterhalen waar je bent en welke kant je op moet. Mensen gaan harder praten, lawaai maken."

Leeftijdsgenoot

Het laatste kwartier wordt gebruikt om vragen te stellen aan een leerling van Bartiméus. "De kinderen kunnen aan hun leeftijdsgenoot vragen hoe hij of zij een appje verstuurt, hoe hij zijn hobby uitvoert, hoe hij zijn brood meert, dat soort dingen. Ze doen dezelfde dingen, alleen vaak op een andere manier."

Bartiméus legt ook graag de nadruk om wat de leerlingen wél kunnen. "Iemand die toen hij nog kon zien graag schilderde, kan bijvoorbeeld leren een voelschilderij te maken. Zo geef je iemand zijn hobby terug. En de technologie gaat snel, er zijn steeds meer hulpmiddelen."

Bron: BunniksNieuws.nl door: Agnes Corbeij