menu Sluit het hoofdmenu

'Je kunt in Nederland heel makkelijk beroepsblinde worden’

geplaatst op Jan Bloem met zijn kinderen op de bank

Jan Bloem (50) ziet nog 0,5 procent. Hij kwam erachter dat hij een progressieve, erfelijke netvliesaandoening aan zijn ogen had. Hij trok naar Nepal en Nigeria, om zich in te zetten voor slechtzienden. 'Dat was nog eens wat anders dan die verwende mensen hier in Nederland.'

Jan Bloem reed met zijn brommer op het fietspad in de Noordoostpolder toen hij ineens iemand van achteren aanreed. Hij had de vrouw niet gezien. Onbegrijpelijk, ze fietste gewoon voor hem. Hij was achttien jaar, net twee jaar eerder van Terschelling naar Emmeloord verhuisd om naar de landbouwschool te gaan.

Retinitis pigmentosa

'Welkom bij de club', kreeg hij niet lang erna in het Radboud ziekenhuis te horen. Retinitis pigmentosa, was de diagnose. Een erfelijke stofwisselingsziekte waardoor Bloem geleidelijk helemaal blind zou worden. Dat hij die fietser niet had gezien, was niet zo vreemd. Hij had al blinde vlekken in zijn gezichtsveld, een voorbode van het steeds smallere tunneltje waardoor hij de wereld zou zien. Hij had het nooit opgemerkt, maar die fiets zat kennelijk precies in zo’n blinde vlek.

Voordat we over dat voorval praten, vertelt Bloem over zijn werk als internationaal verkoopmanager voor een bedrijf dat computeraanpassingen voor blinden en slechtzienden maakt. Intussen zet hij koffie en haalt de appeltaart uit de ijskast. Hij werkt veel thuis, in Den Haag, en reist daarnaast vaak voor zijn werk. Naar Barendrecht, maar ook een paar keer per maand naar het buitenland. Hij ziet nog 0,5 procent. Hij weet precies hoe zijn kinderen eruitzien, omdat hij met alle fragmentjes die hij door dat rietje ziet, het geheel kan construeren. Maar hij kan niet met ze voetballen, of een skelter ophalen die ze op Marktplaats hebben gevonden, of een kinderfeestje in goede banen leiden.

Lees het gehele artikel op de website van nrc.nl.