menu Sluit het hoofdmenu

Anjet: ‘Nee zeggen en voor mezelf kiezen, blijft lastig’

geplaatst op Anjet en haar broer Jalbert

Anjet van Dijken (41, getrouwd en 3 kinderen) heeft een broer (45) die blind is en verstandelijk beperkt. Sinds haar negentiende draagt ze zorg voor hem.

'Lang heb ik gedacht dat mijn broer Jalbert mij niets te bieden had, maar inmiddels zie ik dat hij mij juist veel moois brengt. Hij is niet onder de indruk van een dure auto of groot huis. Materie zegt hem niets en dat is een zegen in een wereld waar zo veel nep en schone schijn is. Kom bij hem met een grappig of goed verhaal over iets wat je hebt meegemaakt, dan pas ben je wat in zijn ogen. Geen zorgen voor morgen, dat is ook iets wat hij me leert. Niemand die ik ken, kan zo goed in het nu leven.

Als ik bij hem ben, is er niets belangrijker dan dat wij samen zijn. Natuurlijk erger ik me soms aan zijn sociaal onaangepaste gedrag. Dat hij vooral aan zichzelf denkt bijvoorbeeld en nooit eens dank je wel tegen me zegt of een knuffel geeft. Toch kan ik het steeds meer waarderen dat hij lak heeft aan wat de wereld van hem vindt. Het feit dat hij vooral met zichzelf bezig is en niet met mij, geeft mij ook de vrijheid een eigen leven te leiden. Ik heb me altijd verzet tegen zijn behoefte aan regelmaat, aan een leven volgens vaste patronen, maar het heeft ook voordelen omdat ik precies weet wat hij op welk moment aan het doen is. En zijn onhandige manier van affectie tonen - in mijn neus knijpen - vond ik vroeger irritant, maar nu ontroert het mij.'

Andere wereld

'Ik was drie toen Jalbert verhuisde van Den Haag naar een zorginstelling in Doorn, daar waar hij nu, 42 jaar later, nog steeds gelukkig is. Omdat wij in Den Haag bleven, en Doorn niet om de hoek ligt, kochten mijn ouders er een vakantiehuisje waar we vervolgens elk weekend en elke vakantie met zijn vieren doorbrachten. Dat ik daardoor niet op hockey kon en verjaardagen van vriendinnen in Den Haag moest missen, besefte ik pas toen ik ouder werd. Wat ik wel in de gaten had, is dat ik mijn verhaal op school niet kon delen. Mijn klasgenoten hadden geen idee dat terwijl zij leuke dingen deden in het weekend, ik een andere wereld bezocht in de zorginstelling. Voor mij was het normaal om te zien hoe iemand hulp kreeg bij het plassen en bij woedeaanvallen werd afgezonderd. Ik was al snel volwassen, wat mij sterk, maar ook eenzaam maakte. Ik leefde in twee werelden. Zo was mijn broer in de instelling normaal en in de wereld daarbuiten zielig.

Vanaf mijn twaalfde werd ik minder loyaal naar Jalbert. Als puber wil je niet anders zijn. Ik wilde Anjet zijn en niet de zus van een gehandicapte broer. Steeds vaker bleef ik een weekend in Den Haag en deed zo veel mogelijk mijn eigen ding. Totdat mijn moeder verongelukte op mijn zestiende en mijn wereld instortte. Toch leek ook nu de omgeving zich meer te bekommeren om het lot van mijn broer dan om dat van mij. Daar iets van vinden, deed ik niet. Het was wat ik mijn hele leven al kende. Totdat mijn vader drie jaar later ook onverwachts overleed. Toen gingen mensen opeens wel aan mij vragen hoe ik me voelde en hoe het voor mij was, zonder ouders en met een broer die zo compleet anders was. Vooral die laatste vraag raakte me. Dat was me nog nooit eerder gevraagd.

Zijn eigen boontjes doppen

Na het overlijden van mijn vader viel ik in een groot zwart gat. Er was geen bodem meer, geen basis. Ik stond er helemaal alleen voor. Ook in de zorg over Jalbert. Opeens was ík de baas over zijn leven. Zijn begeleiders waren meteen duidelijk; volgens hen moest ik eerst aan mezelf denken, mijn eigen leven leiden. Ik wist dat ze gelijk hadden. Sterker nog, ik kon niet anders. Ik had geen ruimte in mijn hoofd om me met mijn broer bezig te houden. Me daar schuldig over voelen, deed ik niet. Iedereen snapte dat ik er even niet voor hem kon zijn. Ook mijn moeder zou dat hebben begrepen. Zij heeft me ooit verteld dat ze er destijds voor hebben gekozen Jalbert naar een instelling te brengen om niet alleen hem, maar ook mij een beter leven te gunnen. Ze wilden niet dat ik Jalbert als een last zou ervaren. Toch kreeg ik onderhuids in mijn opvoeding mee dat ik moest zorgen voor mijn broer en verantwoordelijk voor hem was. Als we op een tandem zaten, moest ik ook zíjn ogen zijn. Aan de ene kant deed ik dat graag, ik wilde belangrijk zijn voor hem. En dat wil ik nog steeds. Aan de andere kant vond ik dat hij zijn eigen boontjes maar moest leren doppen.'

Bron: lees het gehele artikel op margriet.nl. Tekst | Ymke van Zwol l Beeld | Mariel Kolmschot.

Jalbert woont in een woonvorm bij Bartiméus in Doorn (red. Bartiméus / bron: Anjet van Dijken). Bartiméus wil dat iedereen zo 'gewoon mogelijk' kan wonen.