menu Sluit het hoofdmenu

‘Hoortoestel moet toegankelijk zijn voor iedereen’

geplaatst op Stand Bartimeus met tekst Vergroot je wereld

Mensen met een verstandelijke beperking hebben niet alleen een verhoogd risico op een visuele beperking, ook gehoorproblemen komen vaker voor dan bij andere mensen. De mogelijkheden om hen hierbij te helpen worden echter nog lang niet optimaal benut. Bartiméus ontwikkelde een aanpak die we nu al meer dan 20 jaar met succes toepassen. Cliënten met een visuele en verstandelijke beperking (VVB) plukken hier de vruchten van.

Ingrid Korenstra van het Bartiméus expertisecentrum Doofblindheid zette woensdag een praktisch model voor hoortoestelaanpassingen uiteen op het congres Vision 2017. Voor het internationale congresgezelschap van wetenschappers en zorgprofessionals in ‘low vision’, vormde de presentatie over ‘horen’ een mooie aanvulling op het programma. De problematiek is dan ook substantieel.

'Hij snapt het niet'

Uit onderzoek blijkt dat 20 tot 40 procent van de circa 110.000 mensen met een verstandelijke beperking in Nederland slechthorend is. Ingrid: ‘Vaak is het auditieve probleem niet opgemerkt of verklaard men het niet goed kunnen horen vanuit de verstandelijke beperking; hij of zij snapt het niet. Men is zich er niet altijd van bewust dat het ook kan gaan om een auditieve beperking.’

Impact gehoorverlies

Bij een gehoorverlies van meer dan 35 decibel, is een hoortoestel een geëigend hulpmiddel om het gehoorverlies te compenseren. Een gehoorapparaat wordt bij mensen met een verstandelijke beperking echter nog lang niet altijd ingezet. Dat is doodzonde, want een goede aanpak van slechthorendheid verbetert de spraak, ruimtelijke oriëntatie, gevoel van veiligheid, de sociale betrokkenheid, maar bijvoorbeeld ook het kunnen genieten van geluiden. Er is dus nog zo veel te winnen.

Ingrid Korenstra: ‘Hoortoestel moet ook toegankelijk zijn voor iemand met een verstandelijke beperking’

Diagnose

Waarom komt het dan toch vaak niet tot een hoortoestel? Een oorzaak is dat het precies diagnosticeren van slechthorendheid bij iemand met een verstandelijke beperking echt specialistenwerk is. Deze gehoormeting vraagt om het bij elkaar brengen van verschillende disciplines, en daar blijft het nog vaak bij steken.

Gehoorteam

Bartiméus werkt nu al jaren met een vast Gehoorteam. Dit is een multidisciplinair team bestaande uit de arts verstandelijk gehandicapten, de logopodist en de coördinator die een lijntje houdt met de gedragsdeskundige van de betreffende cliënt. Verder zijn betrokken een klinisch audioloog, een audiologie-assistent van het UMC Utrecht en een audicien.

Praktisch model

Het Gehoorteam bij Bartiméus hanteert een praktisch model voor de gehoormeting en aanpassing van het hoortoestel. Dit model bestaat uit 7 stappen.

Stap 1. Audiometrie

De eerste stap is de gehoormeting. Bij mensen met een lichte tot matige verstandelijke beperking bij Bartiméus wordt de meting altijd uitgevoerd door de audiologie-assistent. De logopedist van een instelling kan deze meting echter ook uitvoeren. Bij mensen met meer ernstige verstandige beperkingen moet die meting worden gedaan door een ervaren audiologie-assistent. Belangrijk kan zijn dat de meting plaatsvindt in de vertrouwde woonomgeving van de cliënt.

Stap 2. Voorlichting over het gehoorverlies

De uitslag van de gehoortest wordt toegelicht aan de cliënt, ouders(vertegenwoordigers) en begeleiders. Ook de gedragsdeskundige van de cliënt wordt geïnformeerd over wat de impact van het gehoorverlies kan zijn in relatie tot de overige beperkingen en het gedrag.

Stap 3. Wordt aan criteria voor gehoortoestel voldaan?

We hanteren 4 criteria voor dat we overgaan tot hoortoestelaanpassing:

  • 35-90 DB gehoorverlies in het beste oor;
  • IQ> 20;
  • geen tactiele afweer. Als de oren bijvoorbeeld niet aan te raken zijn, moet er eerst een behandeling met de daarvoor geëigende therapie plaatsvinde;
  • afwezigheid van ernstige gedragsproblemen.

Uitzonderingen op deze criteria worden er, indien nodig, gemaakt.

Stap 4. Formuleren van behandeldoelen

Het Gehoorteam formuleert in overleg met de cliënt en de begeleider individuele behandeldoelen. Ook stellen we vast welke uitingen van de cliënt te relateren zijn aan gehoorversterking en stellen we een bijbehorend observatieschema op.

Stap 5. Keuze hoortoestel

Het type hoortoestel wordt afgestemd op de ernst van het gehoorverlies. De audicien of logopedist legt de cliënt en de begeleider vervolgens uit hoe het apparaat werkt.

Stap 6. Afspreken gewenningstraject

Dit is maatwerk waarbij de cliënt (geleidelijk) leert omgaan met het hoortoestel. Het traject wordt afgestemd op onder meer de mate van de verstandelijke beperking en de eventueel aanwezige gedragsproblemen.

Stap 7. Controles, evaluatie en begeleiding

Cliënt en begeleider komen regelmatig bij het audicienspreekuur voor observatie, waarbij onder meer het draagcomfort of de reactie op geluiden worden geëvalueerd. De behandeldoelen worden getoetst en zonodig bijgestuurd. 

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Neem contact op met Ingrid Korenstra, coördinator Bartiméus Gehoorteam

Meer over de behandeling en begeleiding van mensen met een visuele en auditieve beperking leest u in ons dossier Doofblindheid van het Expertisecentrum Doofblindheid 

Bij de totstandkoming van dit artikel is gebruik gemaakt van een publicatie over de werkwijze bij Bartiméus in het vakblad Logopedie en foniatrie.