menu Sluit het hoofdmenu

In Parijs 2024 staat hij er

geplaatst op Bo in starthouding

Hoe belangrijk de sociale omgeving is voor het plezier van een kind in sport, toont het verhaal van de slechtziende Bo van den Brink (14). Zijn talent openbaarde zich bij Bartiméus op school, maar elke dag op en neer reizen vanuit zijn woonplaats Harderwijk kostte te veel energie. Dichtbij zijn familie en vrienden bloeit hij nu verder op. NOC*NSF stoomt hem klaar voor de paralympische triatlon.

‘Hier in de les was hij uitgeleerd’, vertelt Mike Russchen, docent lichamelijke oefening bij Bartiméus in Zeist. Twee jaar had hij Bo van den Brink 'onder zijn hoede'. 'Voor Bo was het goed dat hij koos voor het reguliere onderwijs. Sinds dit schooljaar zit hij op de middelbare school in Harderwijk, minder kleinschalig dan bij Bartiméus. Daar wordt hij meer uitgedaagd. Een type als Bo heeft dat nodig.’

Sport is voor slechtziende kinderen niet altijd leuk

Zelfvertrouwen

Mike Russchen op sportterrein BartimeusBo was bij Mike echt een 'sportjongen' in de klas; een uitblinker die alles leuk vond. 'Bo baalde enorm als ik een keer ziek was'. Maar Mike weet ook dat er genoeg kinderen zijn voor wie sport en spel helemaal niet zo vanzelfsprekend 'leuk' zijn. Dat kan bijvoorbeeld komen door een vervelende ervaring: je wordt niet gekozen door andere kinderen, of je ziet de ballen niet die op je af komen vliegen. 

Mike: ‘Ik ga dan vooral aan de slag met het opbouwen van zelfvertrouwen. Zo leren we kinderen bijvoorbeeld waar in de gymzaal ze het beste kunnen gaan staan om overzicht te houden. Of hoe je je gezicht kunt beschermen als je niet weet waar de bal is. Het gaat er om dat ze bewegen weer leuk gaan vinden! En ik wil ze graag stimuleren om daar dan verder mee te gaan.’

Eigen weg

Elk kind ontwikkelt zich daarbij op zijn eigen manier. Mike ziet dat elke dag om zich heen. ‘Bij Bo in de groep zat nog een jongen die goed was in sport. Ze waren altijd wedstrijdjes aan het doen, op een gezonde en leuke manier. De twee waren echt aan elkaar gewaagd. Zijn maatje had alleen andere interesses. Die wilde gymleraar worden. En Bo koos voor de topsport. Allebei prima. Ik vind het mooi als ieder zo dat doet wat bij hem past. Wij helpen de kinderen daarbij.‘

Op allerlei manieren werken aan het zelfvertrouwen

Lef

Het was Mike Russchen die Bo tipte voor de talentscoutdagen van NOC*NSF. Daar is hij geselecteerd en koos hij voor de triatlon. ‘Bij ons op school al spatte het talent er vanaf. In de 15 jaar dat ik les geef, is Bo een van de weinigen met een 10 op zijn rapport voor gym. Hij had aanleg, snelheid, maar ook het lef. Types als Bo inspireren je als docent tot het aanbieden van nieuwe spelvormen. En Bo deed het gewoon.’

Beperking

Sporten was Bo altijd al makkelijk afgegaan. Hij heeft van alles gedaan: van wakeboarden tot voetbal. Toen hij een jaar of 8 was ging zijn gezichtsvermogen achteruit, maar Bo weet heel goed om te gaan met de beperking. Hij kan bijvoorbeeld nog letters lezen, en zijn smartphone bedient hij moeiteloos. Ook op sportief gebied zijn er genoeg mogelijkheden.

‘Een sport als hockey zal niet gaan; zo’n kleine snelle bal zie ik echt niet aankomen. Maar voetbal bijvoorbeeld gaat weer wel: tot een jaar geleden speelde ik nog gewoon mee in de reguliere competitie. Tot ik besloot alles te zetten op de triatlon. Dat is voor mij ideaal. Ik kan nu lekker trainen met paralympische én 'valide' talenten. Zwemmen en hardlopen doe ik zelfstandig, alleen bij het fietsonderdeel ben ik afhankelijk van een guide.'

Als het tegenzit, ga ik er extra tegenaan

Motivatie

Met zijn motivatie zit het wel snor. Elke zaterdagochtend om 6.50 uur pakt Bo in Harderwijk de trein naar Alkmaar. Daar krijgt hij training van de bondscoaches van NOC*NSF en Nederlandse Triathlon Bond (NTB). Doordeweeks volgt hij het schema dat hij van hen mee naar huis krijgt. Zo traint hij elke dag op de technische onderdelen of op kracht. In totaal nu zo’n 14 uur per week. De intensiteit wordt geleidelijk opgevoerd. ‘Wat ik zo mooi vind aan triatlon, is dat je na één uur training helemaal stuk zit, je hebt al je spieren gebruikt. En als het tegen zit, ga ik er extra tegenaan. Heerlijk vind ik dat.’

Condities

De omstandigheden zijn nu ook goed voor sportieve prestaties. Van zijn ouders en zijn zus krijgt hij alle steun, school en vrienden zijn dichtbij. Van de Havo in Harderwijk krijgt hij ook alle medewerking, bijvoorbeeld als Bo op een meerdaags trainingskamp moet.

Genoeg tijd om te chillen met mijn vrienden

Op school zelf functioneert hij vrijwel geheel zelfstandig. Als nodig staat er een intern begeleider voor hem klaar. En eens per maand is er contact met een ambulant onderwijskundiger begeleider van Bartiméus. ‘Er zijn diverse aanpassingen die me enorm helpen’, vertelt Bo. ‘Zo zet de gymleraar een pion bij de trampoline als we gaan turnen. Dan kan ik mij beter oriënteren als ik me afzet voor de sprong.’ Voor Bo is het vooral fijn dat de school dichtbij huis is. ‘Ik heb nu tijd over om te chillen met mijn vrienden en vriendin.’

Plezier

Sportief gezien vaart Bo er wel bij. Zijn prestaties worden doorlopend getest door NOC*NSF. Van de ‘talentenstatus’ is hij in no time doorgegroeid naar de beloftenstatus. ‘We zijn op de goede weg: mijn tijden worden steeds beter’. Het hele programma is afgestemd op de paralympische spelen in 2024. Bij Bo zelf staat het plezier in sport nog steeds voorop, net als tijdens de gymlessen op school. En dat is wat hij anderen ook graag wil meegeven: ‘Als je wilt sporten: probeer het gewoon, doe wat je kan. En zie of het lukt!’

Als je wilt sporten: probeer het gewoon en zie of je het leuk vindt!

 

Lees meer over sport en bewegen met een visuele beperking in ons themadossier.