menu Sluit het hoofdmenu

‘Mijn vrouw laat me maar wat aanmodderen en dat is heerlijk’

geplaatst op Zo goed als blinde Simon Remmers buiten met zijn geleidehond

‘Ik help je wel even’. ‘Laat mij dat maar doen.’ ‘Zal ik je brengen?’ Simon kan die zinnetjes wel dromen. Sinds 2011 is hij zo goed als blind, bijna van de ene op de andere dag. Hij heeft er inmiddels mee leren leven, maar merkt dat mensen in zijn omgeving soms nog niet zo ver zijn. Vooral zijn ouders hebben er moeite mee. Simon zit inmiddels op een visus van 3% aan één oog en dat wordt met de jaren steeds iets minder.

De 38-jarige Simon Remmers uit het Gelderse Heerde werd in 2011 bijna van de ene op de andere dag zo goed als blind, toen hij zich verstapte en een wond aan zijn voeten kreeg. ‘Uiteindelijk moest mijn achillespees eruit en ging ik een intensief revalidatieprogramma in. Ik heb diabetes en door alle stress raakte ik volledig ontregeld. De bloedvaten in mijn ogen raakten beschadigd en in no time zag ik bijna niets meer. Ik moest leren omgaan met een totaal ander leven. En dat geldt ook voor mijn directe naasten, om te beginnen mijn vrouw. Ik had het volledig begrepen als ze het niet had aangekund. Maar, hoe bijzonder, we zijn juist heel dicht tot elkaar gekomen.

Zo houd ik controle op mijn eigen leven.

Ik kon mijn werk als hovenier niet meer doen en ondanks dat ik nu veel vrijwilligerswerk doe ben ik vaker thuis. Het is mooi hoe zij me volledig mijn zoektochten laat ondernemen. Ze hoort me zoeken op websites, want die worden voorgelezen. Ik kan mezelf iets inschenken, met een sensor op het glas. Ik reis weer gewoon met het openbaar vervoer, ga naar de supermarkt. Pas als ik het vraag, helpt ze me. Maar in eerste instantie laat ze me maar wat aanmodderen, zou je kunnen zeggen. En dat is voor mij heerlijk, zo houd ik controle op mijn eigen leven.’

Van slag

Hoe anders lag de acceptatie bij Simons’ ouders: ‘Vooral mijn vader is er enorm door van slag geweest. En nog wel. Ik hoor van mijn moeder dat hij, als ze visite hebben en het ter sprake komt, meteen overgaat op een ander onderwerp. Dan zegt hij snel: “Wil je nog wat drinken?” Maar het gaat wel beter dan in het begin. Zeker dankzij de hulp die we via Bartiméus hebben gekregen. Via het maatschappelijk werk zijn met name zij geholpen om ermee om te gaan.

En toch, als ik op bezoek kom, probeert mijn moeder het nog wel eens. ‘Ik wil je wel even thuisbrengen’, zegt ze dan. Maar ik wil het graag zelf doen.

Even alleen naar de bus wandelen, met mijn hulphond. Dat is fijn, dat zelf uitzoeken en even niet hoeven praten. Soms loop ik nog wel tegen dingen aan, letterlijk en figuurlijk. Zo werd laatst bij het oversteken mijn witte stok aan flarden gereden. De automobilist had me niet in de gaten. Of verandert bij het reizen met de trein ineens het spoor. Mensen die wèl kunnen zien, redden dan zichzelf en ik blijf achter. Dan zou je wèl weer graag willen dat iemand even helpt, maar over het algemeen red ik me uitstekend.’

Reactie van Hillie Scheepsma, Ambulant begeleider bij Bartiméus:

Meestal ondersteunen we alleen de cliënt zelf. Een zoon/dochter/partner en/of vriend/vriendin is daar vaak wel bij betrokken, om mee te denken en te luisteren en inzicht te krijgen in het leven met een visuele beperking. Mochten familieleden en/of andere relaties van de cliënt zelf ook begeleiding nodig hebben (zoals bij Simon), dan is dat wel mogelijk. Maar wel altijd samen met onze hoofdpersoon, de cliënt.