menu Sluit het hoofdmenu

Syndroom van Charles Bonnet

Bij het syndroom van Charles Bonnet (CBS) zien blinde of slechtziende mensen dingen die er niet zijn (hallucinaties). Dit syndroom komt voor bij verstandelijk gezonde mensen, die op latere leeftijd (vaak 65+) slechtziend of blind zijn geworden.

CBS komt bij ongeveer 15% van de blinde of slechtziende mensen voor, vooral bij mensen met maculadegeneratie. Het syndroom is vernoemd naar de Zwitserse filosoof Charles Bonnet die het in 1760 als eerste beschreef bij zijn slechtziende opa. U kunt deze aandoening vergelijken met het zogeheten fantoom-effect: jeuk of pijn aan een ledemaat dat geamputeerd is.

Gevolgen voor het zien

Mensen met het CBS kunnen allerlei beelden waarnemen zoals mensen of dieren, maar ook voorwerpen of landschappen. De beelden kunnen heel realistisch zijn, maar het kunnen ook fantasiebeelden zijn. Sommige mensen zien zwart-wit, anderen in kleur. Bovendien kunnen de beelden verschillen in grootte en complexiteit.

Meestal verdwijnt een hallucinatie na verloop van seconden tot minuten. Opvallend is dat het altijd scherpe, heldere beelden zijn, terwijl de persoon die ze waarneemt een (ernstige) visuele beperking heeft. Sommige mensen zien maar af en toe een beeld, anderen hebben dagelijks hallucinaties. De hallucinaties treden vaker op als:

  • het schemert of donker is;
  • iemand alleen is;
  • iemand niets te doen heeft;
  • iemand moe is.

Bijkomende verschijnselen

  • psychische klachten

Behandeling en mogelijkheden

CBS is onschuldig en de beelden verdwijnen meestal weer als mensen hun ogen sluiten of wijzen naar het beeld dat ze zien.

Websites met meer info