menu Sluit het hoofdmenu

Algemene tips over activiteiten begeleiden bij mensen met een visuele bperking

Introduceer de activiteit

Wanneer je met een activiteit begint, vertel je de deelnemers:

  • wie je bent (naam en functie);
  • wat staat er op het programma;
  • waar zij zijn, in welke ruimte;
  • welke deelnemers er zijn en wie waar aan tafel zit.

Maar denk ook aan:

Mocht je als begeleider de ruimte verlaten, vertel dit dan. Zodat mensen weten dat je weg bent.

  • Doe altijd de verlichting aan, ook als het mooi weer buiten is.
  • Kijk goed hoe de deelnemers zitten ten opzichte van elkaar en de spelleider.
  • Kan iedereen elkaar goed verstaan? Mensen die niet (meer) zo goed horen, kijken vaak naar de mond van de spreker. Valt het licht daar goed op? Zitten ze dicht genoeg bij de spreker?
  • Wanneer een deelnemer niet goed hoort, kun je naast hem of haar gaan zitten aan de kant waar de deelnemer nog het meeste restgehoor heeft.
  • Wanneer een deelnemer gebruik maakt van hoorhulpmiddelen, zoals luisterhulp of solo apparatuur, vertel dit dan aan iedereen. Wanneer je praat, is het fijn als er zo weinig mogelijk storende geluiden in de ruimte zijn.
  • Heeft iemand last van het licht? Dan wil diegene vast liever met de rug naar het raam zitten. Hierbij is de positie van de begeleider ook belangrijk. Ga niet voor het raam staan.

Omschrijf de activiteit

Voor elke activiteit die hierna beschreven wordt, geldt:

  • vertel wat er gaat gebeuren;
  • hoe dit gaat;
  • wat er van de deelnemers wordt verwacht.

Wees heel duidelijk. Voor mensen die goed kunnen zien, is veel vanzelfsprekend. Maar dat is niet zo voor iemand die blind of slechtziend is.

Tijdens de activiteit

Kijk hoe je de deelnemer kunt ondersteunen, maar doe dit wel in overleg met diegene. Wat kan hij/zij zelf en wat lukt net niet? Dring niet constant aan als iemand geen hulp wil. Vertel bij hulp altijd wat je gaat doen. Dit geeft de deelnemer kans te reageren en niet te schrikken.

Soms kan het helpen te tekenen met je vinger op iemands hand of rug. Bijvoorbeeld cijfers bij bingo. Vraag uiteraard eerst of iemand dit wil.

Vertel hoe de sfeer is en wanneer er gelachen wordt. Dit kan gemist worden door sommige deelnemers.

Afsluiting van de activiteit

Geef duidelijk aan dat de activiteit is afgelopen. Vraag hoe de deelnemer de activiteit vond en/of het daarbij aanwezig zijn.

Randvoorwaarden bij een activiteit

Houd goed rekening met:

  • de basisverlichting in de hele ruimte;
  • taakverlichting, zoals een leeslamp of een loeplamp;
  • lichthinder, probeer dat te voorkomen of op te lossen (gordijn dicht);
  • geluiden in de ruimte, zijn die te beperken?
  • geluiden vanuit de gang (deur sluiten);
  • televisie/radio die aanstaan, dit kan storend zijn.

Begeleiding van en naar de activiteit

Wanneer je iemand naar een activiteit begeleid, vraag dan of en zo ja hoe diegene geholpen wil worden. Raak bijvoorbeeld nooit zomaar iemand aan. De een vindt het fijn als je pratend begeleid en bijvoorbeeld zegt: hier naar links. De ander vindt het prettig om een hand op jouw schouder te leggen of een arm te krijgen.

Handige links: