Zien is veel meer dan kijken
Lotgenoten (door Vincent Bijlo)
Sommige blinden zijn blinder dan andere. Ik zag laatst een blinde - eigenlijk moet ik 'hoorde' zeggen, maar ik zeg 'zag' omdat ik vind dat zien veel meer is dan kijken - ik zag dus een blinde en dat was echt de blindste aller blinden. De platoonse idee van de blinde, zal ik maar zeggen. Een prof was hij, full-time. Alles in zijn leven draaide om blind, blind en nog eens blind.
De blinde in kwestie vroeg of ik met hem een regionale lotgenotengroep wilde beginnen of nee, een lotgenotendenktank die zou leiden tot een lotgenotengroep.
Ik heb beleefd bedankt. Ik heb hem gezegd: "Blind zijn is in mijn visie geen lot. Lot, dat klinkt als juk, iets dat je hebt te dragen, als "de blinde Bijlo heeft altijd moedig zijn lot gedragen". Bah, nee. Blind zijn is geen lot, een lot is iets uit de loterij. Je denkt altijd dat je de hoofdprijs wint, maar elke maand sta je weer met lege handen. Ik ben je lotgenoot niet. Mijn lot is dat ik een mens ben, en al mijn lotgenotencontacten zijn mensen."
"Ja maar", wierp hij tegen, "de zienden begrijpen ons zo slecht."
"Logisch", zei ik, "de zienden kunnen zien, en wij niet."
"Maar wij blinden", (hij gaf niet snel op, hij was prof)"wij blinden lopen in het dagelijkse leven tegen zo veel dingen aan. Dat komt omdat wij die dingen niet zien."
"Jij hebt makkelijk praten", zei hij. "Jij hebt succes, jij bent een BN'er."
"Houd toch op, man. Hoe denk je dat ik dat geworden ben? Dat het me allemaal is komen aanwaaien, dat op een dag iemand mij tot BN'er heeft uitgeroepen omdat het anders zo zielig was? Nee, zo is het niet gegaan. Ik ben geworden wie en wat ik ben door me te concentreren op wat ik kan en op wat ik wil gaan kunnen. Als vervolgens blijkt dat ik het niet kan, dan kan ik het niet. Dat weet ik dan weer. Ik klaag niet over anderen, zolang anderen niet over mij klagen. Kijken kan ik niet, maar zien wel - ik ben niet blind en daarom niet jouw lotgenoot."
"Maar ze houden geen rekening met ons, nooit."
"Jij wel met hen? Stel je nou eens op als mens, zet je hele leven niet in het kader van je blindheid. Zie, geniet, sta open voor mensen en zij zullen openstaan voor jou. Als dat gebeurt, dan houden we rekening met elkaar."
Hij liep boos weg en stootte zijn hoofd tegen een verkeersbord. Hij vloekte en zei: "Waarom zetten ze dat nou weer uitgerekend hier neer?"
"Dat staat er voor jou", zei een passerende ziende. "Er staat op dat hier regelmatig blinden oversteken."
Reactie op column door Marcel, visueel beperkt
Marcel vertelt: "Ook ik voel mij net als Vincent niet door het woord 'lotgenoten' aangesproken. Ik ben Marcel, woon in een prettig huis met Selma (vrouw) en Niels (zoon), heb een leuke baan en ben toevallig blind. Mijn blind zijn verbindt mij persoonlijk niet aan anderen. Mijn blind zijn zorgt soms wel voor praktische en maatschappelijke beperkingen waar anderen met een visuele beperking ook hinder van hebben.
De verbinding met mensen met een visuele beperking moet mijns inziens gericht zijn op mogelijkheden en constructieve samenwerking en niet geschieden vanuit een slachtofferidee of aanklagersrol. De hele wereld zal zich niet aanpassen dus wees realistisch en richt je op de dingen die je kunt veranderen.
Bij mensen die elkaar vinden op emotioneel vlak wordt ook wel gesproken over 'lotgenotencontact'. De kunst ook hier is mijns inziens om gericht te zijn op mogelijkheden en daar energie en tijd in te stoppen. Het woord 'lotgenoot' heeft voor mij iets passiefs en fatalistisch in zich en naar mijn mening is hier nog nooit iemand beter van geworden!"
Bron: UWV Perspectief / Bartiméus





