Geen angst voor nieuwe Wajong

19 mei 2009

Bonden en gehandicaptenorganisaties zijn bang voor de nieuwe Wajong, maar deskundigen zien hem als een verbetering. De sociale werkvoorziening moet dan wel open blijven voor Wajongers.

Ruim honderd Wajongers en leerlingen van het speciaal onderwijs trotseerden op 26 maart de regen om op het Plein in Den Haag te protesteren tegen de plannen van minister Donner met de Wajong. De organisatoren - bonden, scholen, CG-Raad - zijn bang dat Wajong-gerechtigden erop achteruit gaan doordat zij negen jaar lang onder het minimumloon moeten gaan werken. Verder verzetten zij zich tegen kabinetsplannen om voor deze kwetsbare groep een drempel op te werpen bij de sociale werkvoorziening, met als achterliggende gedachte dat gehandicapten dan allemaal in het bedrijfsleven gaan werken. Inmiddels heeft minister Donner het plan om de sociale werkvoorziening voor Wajongers af te sluiten al laten varen.

Afbeelding: Hans (REA College Nederland) en Ingrid (Proson)

Verdiensten houden

Hans van Leeuwen, arbeidsdeskundige van REA College Nederland * in Ermelo, deelt de angst voor inkomensachteruitgang niet. "Wajongers gaan er in de nieuwe regeling eigenlijk altijd op vooruit, en de situatie dat ze tot hun zevenentwintigste onder het wettelijk minimumloon verdienen, bestaat nu ook al. Er komt wel een andere systematiek: op het moment dat een Wajong-gerechtigde ergens in dienst treedt, mag hij tot aan het uitkeringsniveau van 75 procent van het minimumloon zijn verdiensten helemaal houden, en daarboven de helft tot maximaal 100 procent van het minimumloon, of bij loondispensatie tot 120 procent. Je kunt straks dus gewoon gaan werken zonder terugval in arbeidsongeschiktheidsklasse en zonder korting op je uitkering. Donner heeft hiermee een oud probleem opgelost, maar helaas hebben veel mensen dat niet gezien."
De stimulansen om personeel met een beperking aan te nemen, worden eveneens groter. "Niet alleen krijgt het UWV de plicht om deze jongeren op hun achttiende jaar een werkaanbod van minstens 20 procent te doen, maar bovendien zijn de regelingen voor werkgevers per 1 januari uitgebreid. Naast de zogenaamde 'no risk-polis', waardoor werkgevers de ziektekosten van Wajong-gerechtigden krijgen terugbetaald, en naast de bestaande premiekortingen, proefplaatsingen en jobcoachingsmogelijkheden, kunnen ze nu ook een loonkostensubsidie tot 50 procent van het minimumloon ontvangen.
Op die manier wordt het echt heel aantrekkelijk om een Wajonger in dienst te nemen."
Volgens Van Leeuwen zijn deze regelingen nog onvoldoende bekend: van de 168.000 Wajongers landelijk werkt 29 procent, en daarvan slechts 9 procent op de vrije arbeidsmarkt. "In Gouda, waar ik voorheen actief was, werkt bijna de helft in reguliere arbeid! Onze succesfactor daar was dat we op de praktijkschool al met arbeidstoeleiding begonnen. Wij gingen met de stagebegeleiders mee naar de bedrijven om die werkgevers te doordringen van de vele faciliteiten die er zijn om deze jongeren na hun achttiende aan het werk te houden. Dat is enorm arbeidsintensief, maar het werpt wel zijn vruchten af."

Meervoudige handicaps

"Onze doelstelling is mensen waar mogelijk te begeleiden naar reguliere arbeid.” verklaart Ingrid Stokkel, personeelsadviseur van het SW-bedrijf Proson * in Ermelo. "Ik denk dat juist de sociale werkvoorziening goed in staat is om daarbij ondersteuning te bieden, aangezien we werk op allerlei niveaus kunnen aanbieden en eindeloos veel begeleiding en aanpassingsmogelijkheden in huis hebben."
Daarnaast zul je altijd een categorie mensen houden die vastloopt in regulier werk, heeft Stokkel ervaren. "Dat heeft dan meestal met de zwaarte van hun handicap te maken, of met meervoudige problematiek. Wij richten ons bij Proson met name op visueel beperkten, maar ik durf bijna te zeggen dat een visuele handicap alléén tegenwoordig geen reden meer is om in de sociale werkvoorziening te werken. Die mensen redden zich meestal wel. De categorie waar ik over praat, zijn degenen die daarnaast nog forse, vaak psychische, beperkingen hebben en niet in staat zijn sommige werkzaamheden te doen. Die val je niet lastig met re-integratietrajecten. Voor hen is de overstap van enkele naar dubbele stopcontacten al een heel leertraject. Het zou zonde zijn als zij door een wettelijke blokkade thuis op de bank moeten gaan zitten."
Proson is succesvol met detachering: van de 170 medewerkers werken er 35 voor externe bedrijven. Daarnaast houdt Proson continu 40 plekken beschikbaar als werkervarings- of re-integratieplaats. "Dat doet een stevig beroep op onze capaciteit," legt Stokkel uit, "maar het vormt wel een permanente basis voor doorstroming. Wij worden steeds meer benaderd voor dit soort trajecten, omdat we die plekken hebben en omdat wij mensen uitstekend van A naar B kunnen begeleiden. Re-integratiebedrijven weten ons bijvoorbeeld te vinden voor cliënten die sociale activering nodig hebben. Die komen dan drie maanden bij ons werken. Of iemand komt hier binnen na een periode met psychosen. Die wordt hier dan stapje voor stapje in vijf jaar tijd weer helemaal klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Re-integratiebedrijven kunnen dat niet, maar wij hebben de kennis en capaciteit hiervoor in huis."
* Bartiméus is partner in REA College Nederland. Proson is het productiebedrijf van Bartiméus.

Afbeelding: Logo REA College Nederland
Afbeelding: Logo Proson

Dit artikel is eerder verschenen in Anders Bekeken nr. 4, Ton Ceelen, april 2009.

Twitter icoon Facebook icoon Hyves icoon LinkedIn icoon
Logo Bartiméus, ga naar de homepage Waarmerk drempelvrij.nl Prioriteit 2; klik voor een reactie.

Bartiméus Infolijn

0900 - 77 888 99

(€ 0,05 p/m)