Kijk, dit is TRD

TRD betekent tapetoretinale dystrofie.
Dit is een verzamelnaam voor een groep oogziekten.

TRDDoor een fout in de stofwisseling van je staafjes, kegeltjes en je pigment epitheelcellen werken deze niet meer goed.
De staafjes zorgen ervoor dat je in schemer en donker nog kunt zien.
Je staafjes worden meestal het eerst aangetast.
Hierdoor word je nachtblind.
Je gezichtsveld wordt kleiner.

Dankzij je kegeltjes kan je details en kleuren onderscheiden.
Ze hebben veel licht nodig om goed te werken.
Het pigment epitheel is belangrijk voor het maken van lichtgevoelig pigment.
Dit lichtgevoelig pigment zorgt er voor dat je kegeltjes en staafjes licht kunnen omzetten in stroompjes.
Deze stroompjes gaan naar je hersenen.
Soms gaan eerst je staafjes en later je kegeltjes minder werken.
Je hebt dan staaf-kegel dystrofie.
Soms gaan eerst je kegeltjes en daarna je staafjes minder werken.
Je hebt dan kegel-staaf dystrofie.
Soms is het een combinatie van deze twee.

TRD is erfelijk. Dit betekent dat de aandoening binnen je familie kan worden doorgegeven. Het is een ziekte die langzaam erger wordt.

Dit gebeurt er:

Als je staafjes minder goed gaan werken:

  • Je hebt in schemer en donker moeite met het zien van details.
  • Je ziet bewegende voorwerpen opeens in je blikveld of ze verdwijnen opeens.
  • Je struikelt over voorwerpen die op de grond liggen.
  • Je leest minder snel omdat je niet veel letters tegelijk kan overzien.
  • Je hebt veel extra licht nodig, dan lijkt je gezichtsveld ruimer.
  • Je ziet niet wat er om je heen gebeurt. Daardoor kun je ook moeilijk de weg vinden.
  • In een later stadium ga je minder scherp zien en kan het kleurenzien afnemen.
  • Je gezichtsveld wordt langzamerhand beperkt tot er een kokergezichtsveld over blijft; een klein plekje midden voor je.

Als je kegeltjes minder goed gaan werken:

  • Je ziet minder goed kleuren.
  • Je ziet minder minder goed details.
  • Je hebt hinder van fel daglicht en van verkeerd licht.
  • Je mist letters in woorden en soms hele woordjes.
  • Je hebt vergrotingen en/of leeshulpmiddelen nodig.

Dit kun je doen:

  • Zorg voor goede verlichting op je werkplek, zo kan je alles beter zien.
  • Probeer materiaal met veel contrast te gebruiken, dit zal je helpen bij het zien.
  • Je krijgt meer overzicht als je de afstand tot een voorwerp groter maakt.
  • Probeer systematisch te kijken; van links naar rechts en van boven naar onderen.
  • Bedenk een vaste manier voor het bekijken van een werkvlak of ruimte.
  • Tegen de lichtgevoeligheid kan je een filterbril dragen.
  • Vergroot juist de teksten bij lage gezichtsscherpte
  • Probeer er altijd voor te zorgen dat je niet verblind wordt.
  • Door teksten te verkleinen bij goede gezichtsscherpte en een klein kokergezichtsveld krijg je meer overzicht.
  • Aan het begin van het schooljaar kan je aan je klasgenoten vertellen wat er precies met je ogen aan de hand is. Zokunnen ze goed begrijpen waarom je bijvoorbeeld een speciale bril draagt.

Klik hier voor een PowerPoint presentatie.

Kijk, voor meer informatie:

Web.mac.com
Gezondvgz.nl
Opsis-oogartsenpraktijk.nl

Logo Bartiméus, ga naar de homepage Waarmerk drempelvrij.nl Prioriteit 2; klik voor een reactie.

Bartiméus Infolijn

0900 - 77 888 99

(€ 0,05 p/m)