Hulpmiddelen voor visueel beperkten, soms ook technische aanpassingen voor visueel beperkten genoemd, zijn alle technische hulpmiddelen die door visueel beperkten worden gebruikt om te kunnen werken en studeren en die nodig zijn voor vrijetijdsbesteding en om alle dagelijkse taken uit te kunnen voeren.
Hulpmiddelen voor visueel beperkten zijn er al heel lang. Een van de eerste hulpmiddelen was een schrijfmachine die in 1808 door Pellegrino Turri is gemaakt. Pellegrino had een blinde vriend waardoor hij niet met de hand kon schrijven.
In 1935 was er al de eerste gesproken boektitel, uitgegeven op een geluidsband. Deze werd in 1936 gevolgd door de spraak synthesizer de Voice Coder genoemd, uitgevonden door H.W. Dudley. Het was nog niet in de kwaliteit die we tegenwoordig kennen en je had een toetsenbord en voetpedaal nodig om de toonhoogte, snelheid en de spraakvolume te regelen.
In de jaren zeventig en tachtig zijn er ook veel fundamentele ontwikkelingen geweest. De eerste televisieloep, een televisie waar een camera voor gemonteerd was om gedrukte informatie vergroot op een televisie weer te geven voor slechtzienden en de eerste brailleleesregels om naast permanent braille zoals op papier in een dynamische weergave van braille te voorzien zodat steeds veranderende informatie van bijvoorbeeld een computerscherm ook in braille kon worden weergegeven.
De eerste gesproken krant, die je via een telefoonverbinding kon beluisteren, was er niet voor 1994. Deze werd gemaakt door de National Federation of the Blind in de USA en was iedere morgen om 06:30 uur beschikbaar.
Nieuwe producten en diensten werden in de jaren negentig ontwikkeld waaronder, als zeer interessante toevoeging, de eerste sprekende geldautomaat om visueel beperkten toegang te geven tot bankdiensten. Door de ontwikkeling van goede hulpmiddelen voor de visueel beperkten is het mogelijk geworden dat zij geïntegreerd en veel zelfstandiger zijn geworden in studie, werk en vrijetijdsbesteding.





